2. Alles wordt nieuw

Bij juffrouw Jol begint mijn liefde voor verhalen. Alle verhalen. Maar de bijbelverhalen toch wel het meest. Nooit eerder hoorde ik iemand zo mooi vertellen. Ze gebruikt daarbij een flanelplaat waar ze de bijbelfiguren van vilt op plakt. Zo schetst ze al pratend de avonturen uit het Oude Testament. De verhalen over Abraham en Sarah, Jozef en zijn broers. Jacob en Ezau. Alle kinderen hangen moeiteloos aan haar lippen, gelovig of niet-gelovig. Maar ik weet niet of de verhalen op mijn klasgenootjes net zo veel indruk maken als op mij. 

Ze laat ons de tafels leren door ze klassikaal samen op te dreunen. Ik houd ervan hoe we ritmisch als één stem luid en duidelijk vertellen hoeveel 7 x 8 is. De wereld is dan zo klaar als een klontje, niets is ongrijpbaar of onbegrijpelijk. We zingen ook dagelijks samen christelijke liedjes. Dat neemt juffrouw Jol net zo serieus als het leren van de tafels. Ze geniet er zelf zichtbaar van. Ik krijg veel complimentjes van juffrouw Jol, vooral voor mijn schrijfwerk en daardoor doe ik nog meer mijn best. Ze heeft overal een passend antwoord op. Ik vraag me soms af hoe het kan dat iemand zoveel weet.

Juffrouw Jol wordt nooit boos. Ze weet precies wat ze moet doen om kinderen rustig te houden. Als iemand toch vervelend blijft, stuurt ze hem eropuit voor een klusje. Even uit de klas. Daarna gaat het meestal weer. Ze maakt er geen woorden aan vuil. Na enkele maanden op de nieuwe school heb ik haar in mijn hart gesloten. Of beter gezegd: ik adoreer haar. Alles wat ze zegt, onthoud ik. Thuis begin ik mijn zinnen vaak met “De juf zegt.” Tot hilariteit van mijn oudere zussen en broer. 

De verschijning van Juffrouw Jol valt samen met het sobere uiterlijk van het schoolgebouw. Maar waar de school een kille strengheid uitstraalt, geeft zij warmte. Zij ziet wie ik ben. Zij lijkt iedereen te zien en te begrijpen. Daardoor begin ik langzamerhand de school zelf te omarmen. En ook het christelijke en het oude. De verhalen uit de Bijbel spelen zich af in een ver verleden, maar het lijkt het hier en nu voor mij. Als juffrouw Jol met Pasen vertelt over het verraad van Petrus, dan voel ik dat mee. Ik krijg tranen in mijn ogen.

Uit de kerkbibliotheek, waar mijn moeder me mee naar toe neemt, leen ik boeken van W.G. van der Hulst. De schrijver die alle protestants-christelijke kinderen in Nederland wel kennen. Ik verslind vooral de boekjes over Rozemarijntje: de hoofdpersoon uit een reeks boekjes van Van der Hulst, geschreven aan het begin van de twintigste eeuw. Ik wil haar zijn. Bij het uitzoeken van nieuwe kleren kies ik ineens ouderwets uitziende jurkjes uit, omdat ik dan op haar lijk. Ik verzin dat de Rehobothschool een school is van vroeger, waar ik les krijg van een juf uit de tijd van Rozemarijntje. 

Zo voelt het ook. 

Als ik na een poosje mijn vriendinnen van mijn vorige school tegenkom op straat vertel ik ze dat mijn nieuwe school heel anders is. Het is er heel streng. Ik beschrijf het uiterlijk van juffrouw Jol, ik zeg dat ik iedere dag huiswerk krijg, dat we tot vijf uur op school zitten, schrijven met inkt en dat het heel moeilijk is. Terwijl ik mijn verhaal nog wat verder aandik, zie ik in de ogen van mijn vriendinnen het ongeloof. Ik weet dat zij weten dat het niet klopt wat ik zeg. Maar het klopt ook weer wel. Dit is nu mijn wereld. Daarna verwatert de vriendschap.

Op 7 november 1983 schrijft Juffrouw Jol in haar mooie schooljuffenhandschrift in mijn poesiealbum:

Wees blij dat je leven geleid wordt van Boven, dat God het aan zijn eeuwige liefde verbindt. Wees blij dat je daarin heel vast mag geloven. Wees blij met je leven, jouw leven m’n kind. 

close

Wil je mail bij een nieuw verhaal?

Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wil je mail bij een nieuw verhaal?

Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.