“Ik heb op het verkeerde paard gewed.” Dat zei mijn overgrootvader Willem na de oorlog over zijn NSB-lidmaatschap. Het klinkt makkelijk, nonchalant. Gegokt en verloren. In werkelijkheid moet het inzicht dat ze tot de verliezende partij behoorden hard zijn aangekomen bij mijn familie. In getuigenverklaringen in hun dossiers in het CABR lees ik meerdere keren dat ze tot het einde van de oorlog overtuigd waren dat Duitsland zou winnen.
Een getuige vertelde over mijn oudoom Govert Maan: “Ik vond hem geen beroerde kerel, maar wel een fanatieke nazi, omdat hij nog steeds in de overwinning van Duitsland geloofde.” Hij ontmoette oom Goof, zoals ik hem noemde, in juli 1944 in Auschwitz.
Oom Goof was 22 jaar toen hij zich in 1940 aanmeldde bij de Waffen-SS. Hij diende bij de Wiking-divisie en deed chauffeurswerk voor de SS. Zo kwam hij ook bij Auschwitz terecht. Na de oorlog werd aanvankelijk de doodstraf tegen hem geeist. Het werd 20 jaar.
In hun eigen getuigenverklaringen vertelden mijn opa Bas en overgrootvader Willem dat ze in 1934 lid werden van de NSB vanwege ‘sociale misstanden’ en de crisis die voelbaar was in de tuinbouw in het Westland. Maar mijn opa en oudoom Goof verklaarden ook dat ze zich er niet van bewust waren dat ze door deelname aan de Waffen-SS landverraad pleegden.
Zou het? Wat kun je geloven van hun verklaringen tijdens de verhoren? En lees je in de verslagen van die verhoren het complete verhaal?
De rechter was duidelijk. In het vonnis stelde hij dat er geen verstandelijke beperking was geconstateerd bij mijn opa en dat hij wist, had moeten begrijpen, dat zijn activiteiten bij de Landwacht ingingen tegen de belangen van het Nederlandse volk. Voor zijn indiensttreding bij de SS en zijn werk als commandant bij de Landwacht kreeg Bas Maan vijftien jaar.
Op het moment dat mijn familieleden werden verhoord, was duidelijk dat de strijd voorbij was en zij de verliezers waren. En niet alleen dat: ze kregen de rekening gepresenteerd van al die jaren. De rollen werden omgedraaid. Wat je in zulke omstandigheden verklaart, wordt onvermijdelijk gekleurd door dit besef. Ik stel me voor dat je in die situatie bewust de underdog speelt, je klein maakt, je onschuldiger voordoet dan je bent, en dingen verzwijgt. In de hoop dat de straf daardoor minder erg zal zijn.
De dossiers in het CABR geven veel informatie, maar geen antwoord op de vraag wat er in de hoofden van Willem en Bas Maan gebeurde in de periode van 1934 tot 1945. Ongrijpbaar blijft hoe hun proces van radicalisering verliep en hoe jongere gezinsleden, zoals Govert, mee werden gesleurd.
Wie waren zij eigenlijk, die mensen waar ik als kind bij over de vloer kwam? Wat dáchten ze?
In 2018 bezoek ik de website Delpher, het online krantenarchief. Na enig speurwerk vind ik een advertentie van het gezin Maan uit Monster. Ze presenteren zich daarin als trotse fascisten. De advertentie stond in het Nationale Dagblad: de krant die in 1936 was opgericht door Anton Mussert. Het werd geplaatst op 2 december 1943, ter ere van het veertigjarig huwelijksfeest van mijn overgrootvader en overgrootmoeder.
In de advertentie staat achter drie namen van de zonen in het gezin het runenteken van de SS: een dubbele bliksemschicht. Bij mijn opa Bas wordt vermeld dat zijn functie Rottenführer is en ‘‘oostfrontstrijder”. De jongste zoon van het gezin is lijfwacht van Mussert, zo vertelt de familie aan de wereld.
Dat hadden ze niet hoeven doen, maar ze deden het wel. De advertentie laat in één oogopslag meer zien dan hun verklaringen na de oorlog. Het geeft weer hoe zij zichzelf zagen: als overwinnaars en helden. Vanuit het verleden kijken ze me aan.
En ik kijk terug. Verslagen.