Mensen als doelwit: de sluipende logica van fascisme

De Amerikaanse immigratiedienst ICE werkt met een applicatie die bij arrestaties en deportaties persoonlijke gegevens van migranten projecteert op digitale kaarten. Ontwikkeld door databedrijf Palantir kent het systeem ‘betrouwbaarheidsscores’ toe aan adressen en maakt het hele wijken in één oogopslag selecteerbaar voor invallen. Mensen worden gereduceerd tot risico’s. Tot doelwitten.

Dit soort technologie wordt meestal gepresenteerd als efficiënt en rationeel. Maar wie iets scherper kijkt, ziet meer dan een technische innovatie. Hier komen macht, data en beleid samen in een vorm van controle die ongemakkelijk bekend aandoet.

Sinds ik ontdekte dat mijn eigen grootouders overtuigd fascisten waren, houd ik me bezig met de vraag hoe mensen zulke politieke systemen normaal gaan vinden. Wat maakt dat mensen niet alleen meelopen, maar vaak ook actief instemmen? Die vraag vormt al jaren de kern van mijn onderzoek.

Een belangrijk aanknopingspunt biedt het werk van de in Nederland relatief onbekende filosoof Alberto Toscano. In Late Fascism: Race, Capitalism and the Politics of Crisis (2023) beschrijft hij fascisme als een continue dreiging binnen de moderne kapitalistische orde. Volgens Toscano is het geen breuk met rationaliteit of moderniteit, maar een gewelddadige radicalisering daarvan.

Fascisme, schrijft hij, is “the violent continuity of capitalist rationality”. Vanuit dat perspectief wordt duidelijk waarom praktijken die vaak als technisch en neutraal worden gepresenteerd politieke lading hebben. En hoe een totalitaire macht sluipenderwijs in ons leven kan binnendringen.

Toscano wijst daarbij op een opvallende paradox. Fascistische bewegingen presenteren zich vaak als anti-materialistisch. Ze spreken over eer, gemeenschap, patriottisme en nationale wedergeboorte, en keren zich retorisch tegen liberalisme en ‘kille’ rationaliteit. In de praktijk zijn ze eerder hypermaterialistisch. Ze organiseren en disciplineren. Ze perfectioneren controle. Wat deze politiek werkelijk afwijst, is niet moderniteit, maar twijfel en onzekerheid. Pluraliteit. Democratische frictie. Alles wat macht bevraagt. In plaats daarvan belooft zij orde en richting.

Efficiëntie zonder recht. Macht zonder verantwoording.

Crisis speelt hierin een centrale rol. Ze wordt politiek benut, en soms ook actief geproduceerd. De crisis wordt niet gekoppeld aan economische verhoudingen, kapitaalconcentratie of politieke keuzes, maar aan mensen. Aan groepen die kunnen worden aangewezen, geframed en gevisualiseerd: migranten, activisten, radicalen, feministen. De vijand wordt concreet en herkenbaar. Zo veranderen complexe, structurele problemen in een simpel en ogenschijnlijk moreel verhaal. Niet het systeem faalt, maar ‘zij’ ondermijnen het. De crisis legitimeert vervolgens uitsluiting, surveillance en geweld.

Bafkreicnn7haztbhfqtkwoayp2ibh6k3ppacq2jgoxyzphl5awlg3akeye

Op die manier kanaliseert fascisme woede en onvrede zonder de economische orde fundamenteel aan te tasten. Dat maakt het aantrekkelijk voor bestaande machtsstructuren — en voor de rijke, witte mannen die daarbinnen de touwtjes in handen hebben. Toscano noemt dit een counter-revolutionary modernity: modern in middelen, maar reactionair in doel.

Want ondanks de revolutionaire taal over nationale wedergeboorte was het fascisme in de twintigste eeuw gericht op het versterken van het bestaande hiërarchisch systeem. Een systeem dat al eeuwen was gebaseerd op racisme, patriarchaat en kolonialisme. Met moderne autoritaire middelen probeerde het die orde te behouden op het moment dat democratisering en emancipatie haar steeds verder onder druk probeerden te zetten.

Wat we nu zien bij de regering-Trump en zijn aanhangers is de oprisping van oude machten. Een heropleving van de machtsstructuren die na 1945 weliswaar aangevochten en gedeeltelijk hervormd werden, maar nooit volledig ontmanteld. Onder nieuwe politieke omstandigheden worden zij geactiveerd en geïntensiveerd. Trump vertegenwoordigt die beweging.

Hij functioneert daarbij niet alleen als politicus, maar ook als symbool. Zijn stijl, grof, seksistisch, alle standaard normen overschrijdend, is geen bijzaak, maar onderdeel van zijn aantrekkingskracht. Door openlijk liberale omgangsvormen te schenden en belachelijk te maken, geeft hij uiting aan een bredere backlash tegen progressieve ideeën over gelijkheid. Wat als ‘woke’, elitair of bureaucratisch wordt weggezet, is in feite alles wat macht begrenst en hiërarchie ter discussie stelt. Trump belichaamt zo een verlangen naar orde zonder tegenspraak.

De nauwe verwevenheid tussen Trumps politieke project en grote technologiebedrijven is dan ook geen toevallige samenwerking tussen politiek en bedrijfsleven. Ze delen een wereldbeeld en ambitie. Zowel Trump als deze bedrijven vinden dat macht en winst ongehinderd moeten kunnen groeien. Dat vraagt om minder regulering, minder democratische controle en minder georganiseerde tegenmacht. Democratische instituties zijn in dat wereldbeeld hinderlijk, omdat ze vertragen en tegenspraak organiseren.

Bedrijven als Palantir, Clearview AI en Anduril leveren data-analyse, gezichtsherkenning, surveillance-infrastructuur en militaire technologie. Maar wie kijkt naar hoe zij worden ingezet, ziet dat zij functioneren als ideologische uitvoerders van een politiek project waarin selectie en uitsluiting centraal staan. Palantir levert analysetools aan politie, leger en immigratiediensten zoals ICE. Het belooft patronen zichtbaar te maken en risico’s te voorspellen. Wie als bedreiging wordt aangemerkt, is daarbij nooit toevallig. Clearview AI gaat nog verder. Door miljarden gezichten van sociale media te scrapen en te koppelen aan opsporingssystemen ontstaat een wereld waarin anonimiteit verdwijnt. Ook hier is selectie allesbehalve willekeurig.

Technologie versterkt zo bestaande machtsverhoudingen. Ze maakt selectie efficiënter, uitsluiting systematischer. Precies daarom wordt zij zo vaak gepresenteerd als neutraal instrument: het is toch slechts een technische verbetering? De politiek erachter wordt verhuld.

Hitler
John Heartfield Design for Adolf, the Superman: swallows gold and sprouts rubbish c1932, photomontage

Wie nu rustig achterover leunt en denkt dat dit alles weinig met ons te maken heeft, juicht te vroeg of is naïef. Afgelopen week ontstond in Nederland ophef over de voorgenomen verkoop van Solvinity, beheerder van het platform waarop DigiD draait, aan het Amerikaanse technologiebedrijf Kyndryl. Experts, juristen en technologen sloegen alarm. Het gaat hierbij om privacyrisico’s, maar ook om een fundamentele vraag: wie krijgt toegang tot de digitale infrastructuur waarop onze democratische rechtsstaat rust?

De reactie van de overheid laat zien waar het probleem zit. DigiD, zo luidt het antwoord, blijft ‘gewoon’ Nederlands. Er zijn contracten, er is toezicht, we hebben wettelijke waarborgen. De risico’s worden technisch en juridisch beheerst. Maar daarin schuilt de onderschatting. DigiD is geen gewoon systeem. Het is de ingang tot belastingen, zorg, uitkeringen, en identiteit. Oftewel: het biedt toegang tot ons burgerschap en dat maakt ons uitermate kwetsbaar. Wanneer zo’n infrastructuur afhankelijk wordt van een bedrijf dat opereert onder Amerikaanse wetgeving, en binnen een politieke context waarin technologie steeds openlijker wordt ingezet als machtsinstrument, is dat geen technische kwestie meer. Het is een politieke keuze.

Dit gevaar werkt subtiel, omdat het zich niet aan ons toont via het label fascisme. Het wordt ons niet verkocht als ideologie, maar als noodzaak. Als efficiëntie. Als iets wat ‘nu eenmaal moet’ om systemen draaiende te houden. Stap voor stap verschuift zo de balans, totdat optimalisatie zwaarder weegt dan democratische verantwoording. Dat is precies waar Toscano voor waarschuwt.

Daarom is het gevaarlijk om fascisme uitsluitend in het verleden te plaatsen, of het pas te herkennen wanneer het zich in klassieke vorm aan ons toont. Fascisme is geen natuurramp die ons overkomt. Het ontwikkelt zich niet buiten ons om. Fascisme kan zich ontwikkelen via oplossingen die als onvermijdelijk worden gepresenteerd, maar dat niet zijn.

De vraag is of we dit willen zien. En de vraag is of we dit laten gebeuren.

Wil je mail bij een nieuw verhaal?

Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.

Reacties

Plaats de eerste reactie


Mensen als doelwit: de sluipende logica van fascisme

Fascisme komt sluipenderwijs ons leven binnen in technologie en ‘efficiënte’ systemen. Dit essay laat zien hoe mensen doelwit worden in een politiek die orde boven recht stelt, van Palantir en Trump tot DigiD, en waarom die ontwikkeling ons allemaal aangaat.

Scherm­afbeelding Om 10.39.01

De Amerikaanse immigratiedienst ICE werkt met een applicatie die bij arrestaties en deportaties persoonlijke gegevens van migranten projecteert op digitale kaarten. Ontwikkeld door databedrijf Palantir kent het systeem ‘betrouwbaarheidsscores’ toe aan adressen en maakt het hele wijken in één oogopslag selecteerbaar voor invallen. Mensen worden gereduceerd tot risico’s. Tot doelwitten.

Dit soort technologie wordt meestal gepresenteerd als efficiënt en rationeel. Maar wie iets scherper kijkt, ziet meer dan een technische innovatie. Hier komen macht, data en beleid samen in een vorm van controle die ongemakkelijk bekend aandoet.

Sinds ik ontdekte dat mijn eigen grootouders overtuigd fascisten waren, houd ik me bezig met de vraag hoe mensen zulke politieke systemen normaal gaan vinden. Wat maakt dat mensen niet alleen meelopen, maar vaak ook actief instemmen? Die vraag vormt al jaren de kern van mijn onderzoek.

Een belangrijk aanknopingspunt biedt het werk van de in Nederland relatief onbekende filosoof Alberto Toscano. In Late Fascism: Race, Capitalism and the Politics of Crisis (2023) beschrijft hij fascisme als een continue dreiging binnen de moderne kapitalistische orde. Volgens Toscano is het geen breuk met rationaliteit of moderniteit, maar een gewelddadige radicalisering daarvan.

Fascisme, schrijft hij, is “the violent continuity of capitalist rationality”. Vanuit dat perspectief wordt duidelijk waarom praktijken die vaak als technisch en neutraal worden gepresenteerd politieke lading hebben. En hoe een totalitaire macht sluipenderwijs in ons leven kan binnendringen.

Toscano wijst daarbij op een opvallende paradox. Fascistische bewegingen presenteren zich vaak als anti-materialistisch. Ze spreken over eer, gemeenschap, patriottisme en nationale wedergeboorte, en keren zich retorisch tegen liberalisme en ‘kille’ rationaliteit. In de praktijk zijn ze eerder hypermaterialistisch. Ze organiseren en disciplineren. Ze perfectioneren controle. Wat deze politiek werkelijk afwijst, is niet moderniteit, maar twijfel en onzekerheid. Pluraliteit. Democratische frictie. Alles wat macht bevraagt. In plaats daarvan belooft zij orde en richting.

Efficiëntie zonder recht. Macht zonder verantwoording.

Crisis speelt hierin een centrale rol. Ze wordt politiek benut, en soms ook actief geproduceerd. De crisis wordt niet gekoppeld aan economische verhoudingen, kapitaalconcentratie of politieke keuzes, maar aan mensen. Aan groepen die kunnen worden aangewezen, geframed en gevisualiseerd: migranten, activisten, radicalen, feministen. De vijand wordt concreet en herkenbaar. Zo veranderen complexe, structurele problemen in een simpel en ogenschijnlijk moreel verhaal. Niet het systeem faalt, maar ‘zij’ ondermijnen het. De crisis legitimeert vervolgens uitsluiting, surveillance en geweld.

Bafkreicnn7haztbhfqtkwoayp2ibh6k3ppacq2jgoxyzphl5awlg3akeye

Op die manier kanaliseert fascisme woede en onvrede zonder de economische orde fundamenteel aan te tasten. Dat maakt het aantrekkelijk voor bestaande machtsstructuren — en voor de rijke, witte mannen die daarbinnen de touwtjes in handen hebben. Toscano noemt dit een counter-revolutionary modernity: modern in middelen, maar reactionair in doel.

Want ondanks de revolutionaire taal over nationale wedergeboorte was het fascisme in de twintigste eeuw gericht op het versterken van het bestaande hiërarchisch systeem. Een systeem dat al eeuwen was gebaseerd op racisme, patriarchaat en kolonialisme. Met moderne autoritaire middelen probeerde het die orde te behouden op het moment dat democratisering en emancipatie haar steeds verder onder druk probeerden te zetten.

Wat we nu zien bij de regering-Trump en zijn aanhangers is de oprisping van oude machten. Een heropleving van de machtsstructuren die na 1945 weliswaar aangevochten en gedeeltelijk hervormd werden, maar nooit volledig ontmanteld. Onder nieuwe politieke omstandigheden worden zij geactiveerd en geïntensiveerd. Trump vertegenwoordigt die beweging.

Hij functioneert daarbij niet alleen als politicus, maar ook als symbool. Zijn stijl, grof, seksistisch, alle standaard normen overschrijdend, is geen bijzaak, maar onderdeel van zijn aantrekkingskracht. Door openlijk liberale omgangsvormen te schenden en belachelijk te maken, geeft hij uiting aan een bredere backlash tegen progressieve ideeën over gelijkheid. Wat als ‘woke’, elitair of bureaucratisch wordt weggezet, is in feite alles wat macht begrenst en hiërarchie ter discussie stelt. Trump belichaamt zo een verlangen naar orde zonder tegenspraak.

De nauwe verwevenheid tussen Trumps politieke project en grote technologiebedrijven is dan ook geen toevallige samenwerking tussen politiek en bedrijfsleven. Ze delen een wereldbeeld en ambitie. Zowel Trump als deze bedrijven vinden dat macht en winst ongehinderd moeten kunnen groeien. Dat vraagt om minder regulering, minder democratische controle en minder georganiseerde tegenmacht. Democratische instituties zijn in dat wereldbeeld hinderlijk, omdat ze vertragen en tegenspraak organiseren.

Bedrijven als Palantir, Clearview AI en Anduril leveren data-analyse, gezichtsherkenning, surveillance-infrastructuur en militaire technologie. Maar wie kijkt naar hoe zij worden ingezet, ziet dat zij functioneren als ideologische uitvoerders van een politiek project waarin selectie en uitsluiting centraal staan. Palantir levert analysetools aan politie, leger en immigratiediensten zoals ICE. Het belooft patronen zichtbaar te maken en risico’s te voorspellen. Wie als bedreiging wordt aangemerkt, is daarbij nooit toevallig. Clearview AI gaat nog verder. Door miljarden gezichten van sociale media te scrapen en te koppelen aan opsporingssystemen ontstaat een wereld waarin anonimiteit verdwijnt. Ook hier is selectie allesbehalve willekeurig.

Technologie versterkt zo bestaande machtsverhoudingen. Ze maakt selectie efficiënter, uitsluiting systematischer. Precies daarom wordt zij zo vaak gepresenteerd als neutraal instrument: het is toch slechts een technische verbetering? De politiek erachter wordt verhuld.

Hitler
John Heartfield Design for Adolf, the Superman: swallows gold and sprouts rubbish c1932, photomontage

Wie nu rustig achterover leunt en denkt dat dit alles weinig met ons te maken heeft, juicht te vroeg of is naïef. Afgelopen week ontstond in Nederland ophef over de voorgenomen verkoop van Solvinity, beheerder van het platform waarop DigiD draait, aan het Amerikaanse technologiebedrijf Kyndryl. Experts, juristen en technologen sloegen alarm. Het gaat hierbij om privacyrisico’s, maar ook om een fundamentele vraag: wie krijgt toegang tot de digitale infrastructuur waarop onze democratische rechtsstaat rust?

De reactie van de overheid laat zien waar het probleem zit. DigiD, zo luidt het antwoord, blijft ‘gewoon’ Nederlands. Er zijn contracten, er is toezicht, we hebben wettelijke waarborgen. De risico’s worden technisch en juridisch beheerst. Maar daarin schuilt de onderschatting. DigiD is geen gewoon systeem. Het is de ingang tot belastingen, zorg, uitkeringen, en identiteit. Oftewel: het biedt toegang tot ons burgerschap en dat maakt ons uitermate kwetsbaar. Wanneer zo’n infrastructuur afhankelijk wordt van een bedrijf dat opereert onder Amerikaanse wetgeving, en binnen een politieke context waarin technologie steeds openlijker wordt ingezet als machtsinstrument, is dat geen technische kwestie meer. Het is een politieke keuze.

Dit gevaar werkt subtiel, omdat het zich niet aan ons toont via het label fascisme. Het wordt ons niet verkocht als ideologie, maar als noodzaak. Als efficiëntie. Als iets wat ‘nu eenmaal moet’ om systemen draaiende te houden. Stap voor stap verschuift zo de balans, totdat optimalisatie zwaarder weegt dan democratische verantwoording. Dat is precies waar Toscano voor waarschuwt.

Daarom is het gevaarlijk om fascisme uitsluitend in het verleden te plaatsen, of het pas te herkennen wanneer het zich in klassieke vorm aan ons toont. Fascisme is geen natuurramp die ons overkomt. Het ontwikkelt zich niet buiten ons om. Fascisme kan zich ontwikkelen via oplossingen die als onvermijdelijk worden gepresenteerd, maar dat niet zijn.

De vraag is of we dit willen zien. En de vraag is of we dit laten gebeuren.

Delen is lief

Plaats de eerste reactie


Alle artikelen

Wil je mail bij een nieuw artikel?

Vul je naam en e-mailadres in en ik stuur je een mail als er een nieuw verhaal is.

Mail bij nieuw artikel
Geen spam. Beloofd. En je krijgt nog een e-mail om je aanmelding te bevestigen