Wanneer fascisme zich niet aankondigt

Over Trump en een ideologie in praktijk


Vandaag zag ik een paar opiniestukken waarin wordt betoogd dat Donald Trump geen fascist genoemd moet worden. De toon van de artikelen is bedachtzaam, en zelfs licht corrigerend: laten we begrippen zorgvuldig gebruiken, en ons niet laten meeslepen door historische analogieën die meer verhullen dan verklaren. Fascisme, zo luidt de redeneertrant, is een historisch fenomeen, gebonden aan het interbellum, en een specifieke ideologische context. Trump past daar niet in. 

Toegegeven, de stelling dat Trump geen fascist is, heeft overtuigingskracht. Trump opereert binnen formeel democratische kaders. Er zijn verkiezingen, een parlement, een rechterlijke macht, een vrije pers, al staan al die instituties onder druk. Het lijkt logisch om te concluderen dat we hier niet met fascisme te maken hebben, maar met een ontspoorde variant van democratie. Begrippen als illiberale democratie of competitief autoritarisme lijken beter aan te sluiten bij de institutionele werkelijkheid.

Ook speelt mee dat Trump zelden spreekt in uitgewerkte ideologische termen. Hij presenteert geen sluitend wereldbeeld, geen theoretisch programma, geen uitgekristalliseerde doctrine. We zien hem eerder als een cynische opportunist, meer gedreven door eigenbelang dan door een overtuiging die de samenleving fundamenteel wil herordenen.

De bezwaren zijn dus begrijpelijk. Tegelijkertijd bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel. Ik wil niet koste wat kost volhouden dat Trump wél een fascist is, maar de manier waarop het begrip terzijde wordt geschoven verraadt misschien toch iets: een verlangen om historisch gevaarlijke fenomenen veilig af te bakenen in tijd en vorm. Alsof we onszelf geruststellen door te zeggen: dit is het niet, en dus hoeven we ons er ook niet toe te verhouden. Fascisme wordt zo een museumstuk, opgeborgen achter het glas van een vitrine. 

Maar de terminologie die we kiezen, is niet neutraal. De voorkeur voor technische, minder beladen termen kan onbedoeld functioneren als een vorm van intellectueel verstoppertje spelen. We verschuilen ons achter precisie om niet onder ogen te hoeven zien wat die precisie zou kunnen helpen benoemen. De vraag is misschien niet of Trump in alle opzichten voldoet aan een historische definitie van fascisme, maar wat uit beeld verdwijnt wanneer we fascisme uitsluitend in het verleden plaatsen. 

Wie Trump beoordeelt op het ontbreken van een uitgewerkt programma of consistente doctrine, kijkt misschien op de verkeerde plek. Ideologie hoeft zich niet altijd te presenteren als een samenhangend theoretisch bouwwerk. Ze kan ook werken via beelden, symbolen, herhalingen en gebaren. Dat werd recent zichtbaar in de manier waarop de regering-Trump haar geopolitieke ambities presenteert. Zo circuleerde via het officiële kanaal van het ministerie van Defensie op X een herinterpretatie van een negentiende-eeuwse politieke cartoon over de Monroe-doctrine. In de oorspronkelijke afbeelding domineert Uncle Sam het westelijk halfrond: de imperialistische beeldtaal die de Verenigde Staten voorstelt als natuurlijke hoeder, en heerser, van Amerika. In de nieuwe versie is Uncle Sam vervangen door Trump zelf. 

IMG

Wat hier gebeurt, is veelzeggend. De afbeelding functioneert niet als grap of ironische knipoog, maar als een visuele claim: dit is hoe wij de wereld zien. De Verenigde Staten als moreel en historisch gerechtvaardigde macht, met een vanzelfsprekend recht op invloedssferen. Dat dit wordt gepresenteerd via een meme-achtige afbeelding op sociale media, doet niets af aan de ernst ervan. Integendeel, juist de informele vorm normaliseert de boodschap.

Alle recente acties en voornemens rond Venezuela en Groenland passen in dit patroon. Opiniemakers duiden deze acties soms als een soort rooftocht. Trump zou handelen uit pure zelfverrijking, gedreven door economisch opportunisme en persoonlijk gewin. Maar die lezing doet tekort aan wat hier werkelijk op het spel staat. De rechtvaardiging die vanuit Trumps kamp wordt gegeven, verwijst niet primair naar geld, maar naar orde, veiligheid en nationale lotsbestemming.

Met andere woorden: de politieke logica hier is meer dan persoonlijke hebzucht. Het gaat om herverdeling van macht, om beïnvloeding van internationale systemen, om een heronderhandeling van wat nationale veiligheid betekent. Dat is structureel politiek, niet louter economisch. En het wordt gepresenteerd als moreel noodzakelijk, als herstel van een wereldorde die volgens dit narratief te lang is ondermijnd door zwakte, multilateralisme en moreel relativisme.

Precies hier wordt zichtbaar waarom het problematisch is om ideologie uitsluitend te zoeken in coherente teksten of een institutionele werkelijkheid. Wat we zien, is een ideologie in actie. Weliswaar fragmentarisch, performatief, maar daarom niet minder dwingend. Ze doet een beroep op gevoelens van eer, vernedering en herstel. Ze werkt via symbolen, niet via argumenten. En ze vraagt geen instemming op basis van redelijkheid, maar op basis van loyaliteit.

En is dat niet een al te herkenbaar patroon? Een wereldbeeld waarin macht moreel wordt gelegitimeerd door succes, waarin hiërarchie als natuurlijk wordt voorgesteld, en waarin tegenstand niet wordt gezien als verschil van inzicht, maar als bedreiging van orde en identiteit? Zijn we bereid te zien dat hier een ideologische logica aan het werk is die niet toevallig ontspoort, maar systematisch richting geeft aan handelen?

Die logica zien we nu ook terug in het binnenlands optreden van de regering-Trump. Gisteren werd de 37-jarige Renee Nicole Good in Minneapolis doodgeschoten door een agent van de Amerikaanse immigratiedienst ICE. Nabestaanden, buurtbewoners en lokale politici reageerden geschokt. Duizenden mensen gingen de straat op om te protesteren tegen het structurele geweld, het racisme en de straffeloosheid binnen het overheidsapparaat.

De reactie vanuit Washington liet weinig ruimte voor ambiguïteit. JD Vance verklaarde dat de regering “volledig achter de agenten van ICE staat” en richtte zich expliciet tot demonstranten en critici. Zij werden aangeduid als ‘radicalen’ en gewaarschuwd zich te onthouden van verdere oppositie.

Scherm­afbeelding Om 16.51.43

Die woordkeuze is betekenisvol. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vreedzaam protest, politieke kritiek of geweld. Alles wat zich keert tegen de uitvoerende macht van de staat wordt samengebracht onder één noemer: radicalisme. Daarmee verschuift het frame effectief. Het probleem is niet het optreden van een staatsagent, niet de legitimiteit van geweld, niet de vraag naar verantwoordelijkheid. Het probleem wordt verlegd naar degenen die die vragen überhaupt durven stellen.

Ook dit is geen incident, maar een patroon. De staat presenteert zichzelf als onvoorwaardelijk legitiem, terwijl kritiek wordt gecriminaliseerd of moreel verdacht gemaakt. De boodschap is helder: wie zich keert tegen de ordehandhavers, keert zich tegen de orde zelf. En wie zich tegen de orde keert, plaatst zich buiten de gemeenschap.

Dit is een klassieke fascistische beweging. De overheid positioneert zich niet langer als een neutrale handhaver van recht, maar als beschermer van een morele orde die niet ter discussie mag staan. Loyaliteit aan instituties wordt een morele toetssteen. Twijfel wordt verdacht. Protest wordt subversief. Daarnaast is duidelijk wie wordt beschermd, wie wordt benoemd als vijand, wie wordt gewaarschuwd. De staat gebruikt taal die grenzen trekt tussen ‘wij’ en ‘zij’. 

Wat betekent het dan nog dat de regering-Trump formeel gezien functioneert binnen democratische kaders?

Wanneer ik hier het begrip fascisme gebruik, doe ik dat niet om een historische parallel te forceren of een moreel etiket te plakken. Ik gebruik het als analytisch instrument, om een politieke logica zichtbaar te maken die zich uit in handelen, taal en symboliek. Fascisme, zo opgevat, is geen vaststaand model, maar een wereldbeeld dat aan (zelf gecreëerde) crisis betekenis geeft. Het belooft orde waar onzekerheid heerst, zuivering waar verval wordt gesuggereerd, en morele helderheid waar ambiguïteit als bedreiging wordt gezien. Het mobiliseert via loyaliteit en vijandschap, en legitimeert macht via het beroep op veiligheid, lotsbestemming en nationale wedergeboorte.

Fascisme herhaalt zich niet letterlijk, zoals het verleden zich nooit letterlijk herhaalt. Maar we kunnen de patronen en mechanismen wel herkennen. En daar begint ook onze verantwoordelijkheid om het te benoemen.

Wil je mail bij een nieuw verhaal?

Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.

Reacties

1 reactie

  • Ronald Kemeling

    Een helder betoog. De keuze voor taalgebruik, symbolen, een onderhuids wij-gevoel, kanaliseren van gemeenschappelijke gevoelens, herken ik.
    Ik denk aan het boek van Edgar Hilsenrath: “Het sprookje van de laatste gedachte”

Laat je reactie achter


Wanneer fascisme zich niet aankondigt

In dit artikel betoog ik dat ideologie zich laat herkennen via beelden, taal, symboliek en performatief handelen. Trumps recente buitenlandse en binnenlandse optreden heeft een herkenbare logica.

IMG

Over Trump en een ideologie in praktijk


Vandaag zag ik een paar opiniestukken waarin wordt betoogd dat Donald Trump geen fascist genoemd moet worden. De toon van de artikelen is bedachtzaam, en zelfs licht corrigerend: laten we begrippen zorgvuldig gebruiken, en ons niet laten meeslepen door historische analogieën die meer verhullen dan verklaren. Fascisme, zo luidt de redeneertrant, is een historisch fenomeen, gebonden aan het interbellum, en een specifieke ideologische context. Trump past daar niet in. 

Toegegeven, de stelling dat Trump geen fascist is, heeft overtuigingskracht. Trump opereert binnen formeel democratische kaders. Er zijn verkiezingen, een parlement, een rechterlijke macht, een vrije pers, al staan al die instituties onder druk. Het lijkt logisch om te concluderen dat we hier niet met fascisme te maken hebben, maar met een ontspoorde variant van democratie. Begrippen als illiberale democratie of competitief autoritarisme lijken beter aan te sluiten bij de institutionele werkelijkheid.

Ook speelt mee dat Trump zelden spreekt in uitgewerkte ideologische termen. Hij presenteert geen sluitend wereldbeeld, geen theoretisch programma, geen uitgekristalliseerde doctrine. We zien hem eerder als een cynische opportunist, meer gedreven door eigenbelang dan door een overtuiging die de samenleving fundamenteel wil herordenen.

De bezwaren zijn dus begrijpelijk. Tegelijkertijd bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel. Ik wil niet koste wat kost volhouden dat Trump wél een fascist is, maar de manier waarop het begrip terzijde wordt geschoven verraadt misschien toch iets: een verlangen om historisch gevaarlijke fenomenen veilig af te bakenen in tijd en vorm. Alsof we onszelf geruststellen door te zeggen: dit is het niet, en dus hoeven we ons er ook niet toe te verhouden. Fascisme wordt zo een museumstuk, opgeborgen achter het glas van een vitrine. 

Maar de terminologie die we kiezen, is niet neutraal. De voorkeur voor technische, minder beladen termen kan onbedoeld functioneren als een vorm van intellectueel verstoppertje spelen. We verschuilen ons achter precisie om niet onder ogen te hoeven zien wat die precisie zou kunnen helpen benoemen. De vraag is misschien niet of Trump in alle opzichten voldoet aan een historische definitie van fascisme, maar wat uit beeld verdwijnt wanneer we fascisme uitsluitend in het verleden plaatsen. 

Wie Trump beoordeelt op het ontbreken van een uitgewerkt programma of consistente doctrine, kijkt misschien op de verkeerde plek. Ideologie hoeft zich niet altijd te presenteren als een samenhangend theoretisch bouwwerk. Ze kan ook werken via beelden, symbolen, herhalingen en gebaren. Dat werd recent zichtbaar in de manier waarop de regering-Trump haar geopolitieke ambities presenteert. Zo circuleerde via het officiële kanaal van het ministerie van Defensie op X een herinterpretatie van een negentiende-eeuwse politieke cartoon over de Monroe-doctrine. In de oorspronkelijke afbeelding domineert Uncle Sam het westelijk halfrond: de imperialistische beeldtaal die de Verenigde Staten voorstelt als natuurlijke hoeder, en heerser, van Amerika. In de nieuwe versie is Uncle Sam vervangen door Trump zelf. 

IMG

Wat hier gebeurt, is veelzeggend. De afbeelding functioneert niet als grap of ironische knipoog, maar als een visuele claim: dit is hoe wij de wereld zien. De Verenigde Staten als moreel en historisch gerechtvaardigde macht, met een vanzelfsprekend recht op invloedssferen. Dat dit wordt gepresenteerd via een meme-achtige afbeelding op sociale media, doet niets af aan de ernst ervan. Integendeel, juist de informele vorm normaliseert de boodschap.

Alle recente acties en voornemens rond Venezuela en Groenland passen in dit patroon. Opiniemakers duiden deze acties soms als een soort rooftocht. Trump zou handelen uit pure zelfverrijking, gedreven door economisch opportunisme en persoonlijk gewin. Maar die lezing doet tekort aan wat hier werkelijk op het spel staat. De rechtvaardiging die vanuit Trumps kamp wordt gegeven, verwijst niet primair naar geld, maar naar orde, veiligheid en nationale lotsbestemming.

Met andere woorden: de politieke logica hier is meer dan persoonlijke hebzucht. Het gaat om herverdeling van macht, om beïnvloeding van internationale systemen, om een heronderhandeling van wat nationale veiligheid betekent. Dat is structureel politiek, niet louter economisch. En het wordt gepresenteerd als moreel noodzakelijk, als herstel van een wereldorde die volgens dit narratief te lang is ondermijnd door zwakte, multilateralisme en moreel relativisme.

Precies hier wordt zichtbaar waarom het problematisch is om ideologie uitsluitend te zoeken in coherente teksten of een institutionele werkelijkheid. Wat we zien, is een ideologie in actie. Weliswaar fragmentarisch, performatief, maar daarom niet minder dwingend. Ze doet een beroep op gevoelens van eer, vernedering en herstel. Ze werkt via symbolen, niet via argumenten. En ze vraagt geen instemming op basis van redelijkheid, maar op basis van loyaliteit.

En is dat niet een al te herkenbaar patroon? Een wereldbeeld waarin macht moreel wordt gelegitimeerd door succes, waarin hiërarchie als natuurlijk wordt voorgesteld, en waarin tegenstand niet wordt gezien als verschil van inzicht, maar als bedreiging van orde en identiteit? Zijn we bereid te zien dat hier een ideologische logica aan het werk is die niet toevallig ontspoort, maar systematisch richting geeft aan handelen?

Die logica zien we nu ook terug in het binnenlands optreden van de regering-Trump. Gisteren werd de 37-jarige Renee Nicole Good in Minneapolis doodgeschoten door een agent van de Amerikaanse immigratiedienst ICE. Nabestaanden, buurtbewoners en lokale politici reageerden geschokt. Duizenden mensen gingen de straat op om te protesteren tegen het structurele geweld, het racisme en de straffeloosheid binnen het overheidsapparaat.

De reactie vanuit Washington liet weinig ruimte voor ambiguïteit. JD Vance verklaarde dat de regering “volledig achter de agenten van ICE staat” en richtte zich expliciet tot demonstranten en critici. Zij werden aangeduid als ‘radicalen’ en gewaarschuwd zich te onthouden van verdere oppositie.

Scherm­afbeelding Om 16.51.43

Die woordkeuze is betekenisvol. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vreedzaam protest, politieke kritiek of geweld. Alles wat zich keert tegen de uitvoerende macht van de staat wordt samengebracht onder één noemer: radicalisme. Daarmee verschuift het frame effectief. Het probleem is niet het optreden van een staatsagent, niet de legitimiteit van geweld, niet de vraag naar verantwoordelijkheid. Het probleem wordt verlegd naar degenen die die vragen überhaupt durven stellen.

Ook dit is geen incident, maar een patroon. De staat presenteert zichzelf als onvoorwaardelijk legitiem, terwijl kritiek wordt gecriminaliseerd of moreel verdacht gemaakt. De boodschap is helder: wie zich keert tegen de ordehandhavers, keert zich tegen de orde zelf. En wie zich tegen de orde keert, plaatst zich buiten de gemeenschap.

Dit is een klassieke fascistische beweging. De overheid positioneert zich niet langer als een neutrale handhaver van recht, maar als beschermer van een morele orde die niet ter discussie mag staan. Loyaliteit aan instituties wordt een morele toetssteen. Twijfel wordt verdacht. Protest wordt subversief. Daarnaast is duidelijk wie wordt beschermd, wie wordt benoemd als vijand, wie wordt gewaarschuwd. De staat gebruikt taal die grenzen trekt tussen ‘wij’ en ‘zij’. 

Wat betekent het dan nog dat de regering-Trump formeel gezien functioneert binnen democratische kaders?

Wanneer ik hier het begrip fascisme gebruik, doe ik dat niet om een historische parallel te forceren of een moreel etiket te plakken. Ik gebruik het als analytisch instrument, om een politieke logica zichtbaar te maken die zich uit in handelen, taal en symboliek. Fascisme, zo opgevat, is geen vaststaand model, maar een wereldbeeld dat aan (zelf gecreëerde) crisis betekenis geeft. Het belooft orde waar onzekerheid heerst, zuivering waar verval wordt gesuggereerd, en morele helderheid waar ambiguïteit als bedreiging wordt gezien. Het mobiliseert via loyaliteit en vijandschap, en legitimeert macht via het beroep op veiligheid, lotsbestemming en nationale wedergeboorte.

Fascisme herhaalt zich niet letterlijk, zoals het verleden zich nooit letterlijk herhaalt. Maar we kunnen de patronen en mechanismen wel herkennen. En daar begint ook onze verantwoordelijkheid om het te benoemen.

Delen is lief

1 reactie

  • Ronald Kemeling

    Een helder betoog. De keuze voor taalgebruik, symbolen, een onderhuids wij-gevoel, kanaliseren van gemeenschappelijke gevoelens, herken ik.
    Ik denk aan het boek van Edgar Hilsenrath: “Het sprookje van de laatste gedachte”

Laat je reactie achter


Alle artikelen

Wil je mail bij een nieuw artikel?

Vul je naam en e-mailadres in en ik stuur je een mail als er een nieuw verhaal is.

Mail bij nieuw artikel
Geen spam. Beloofd. En je krijgt nog een e-mail om je aanmelding te bevestigen