Doorgaan naar inhoud →

Het verleden spreekt

Sinds kort zijn 33 propagandafilms van de NSB online beschikbaar gesteld voor onderzoek. Op donderdag 31 mei reis ik af naar het Instituut voor Beeld en Geluid voor een bijeenkomst. Experts geven toelichting op de keuze om deze films vrij te geven, en een panel gaat in discussie over de vraag wat de historische waarde is van dit materiaal.

We krijgen fragmenten te zien uit de films. Ze worden steeds uitgebreid toegelicht, met verwijzingen naar de geschiedenis van de NSB. Het is leerzaam en interessant. Tijdens het kijken naar de fragmenten wordt regelmatig gegniffeld. Vanwege het amateurisme, de bespottelijk hoogdravende woorden. Of de opzichtige, onhandige manier waarop Anton Mussert Hitler imiteert: handen in de zij, vorsende blik.

Ik begrijp het gegniffel, soms doe ik het ook. Ironie, die zoveel jaar na de oorlog moet kunnen. Een gevoel van opluchting misschien ook. Dit beladen en zware verleden kunnen we tenminste een beetje weglachen met elkaar. In de oorlog keken bioscoopgangers verplicht naar deze propaganda. Bij het zien van Mussert werd eens geroepen: “Ik dacht dat ze de eieren ook op de bon hadden gedaan!” Besmuikt en instemmend gelach klonk op uit de zaal.

Humor is een manier om afstand te houden. Soms is dat broodnodig, om te overleven, jezelf staande te houden. Soms is het een obstakel bij het verkrijgen van moeilijke inzichten.

Na de filmfragmenten volgt de paneldiscussie. Ik hoor iemand zeggen: “Ik vond het onthullend om te zien. Hoe ze daar tijdens een NSB-bijeenkomst in het gras zaten en een boterhammetje aten. Hoe ze lachten en kletsten. Kortom, om te zien dat het gewone, normale mensen waren. Dat is goed, want dit hoort ook bij de Nederlandse geschiedenis en onze identiteit.” Maar diezelfde persoon zegt even later: “We moeten niet vergeten dat dit beelden zijn van en door daders. “

Iemand anders zegt: “Het is goed dat we de NSB’ers als mensen zien, maar we moeten niet teveel relativeren.”

NSB’ers in Lunteren, juni 1940

Iedereen is het erover eens, dat het kijken naar deze beelden context vereist. Want de beelden geven niet de werkelijkheid weer. Het is een geconstrueerde werkelijkheid, gemaakt voor propaganda doeleinden. Het probleem is dat wijzelf ook vastzitten in een geconstrueerde werkelijkheid. Eén die van ons vraagt afstand te nemen en te behouden. Omdat het anders té gevaarlijk is. Wie weet gaan we geloven in wat de NSB ons voorhoudt. Het inzicht dat NSB’ers gewone mensen waren, is slechts oppervlakkig. Het gaat niet verder dan een wat verwonderde constatering. Onder het oppervlak zit stevig verankerd het hardnekkige beeld van losers en landverraders. We houden dat graag in stand.

Ik kan het tijdens de bijeenkomst voor mezelf niet goed onder woorden krijgen. Wat er wringt. Ik steek mijn vinger op, maar als er geen tijd meer is voor mijn bijdrage vind ik dat eigenlijk niet erg.

Op weg naar huis denk ik aan mijn opa. Ik zie hem voor me zoals op de foto die ik sinds kort van hem heb, jonger dan hoe ik hem gekend heb. Wat had hij hiervan gevonden? Of doet dat er niet toe? Zijn recht van spreken verloor hij immers aan het einde van de oorlog.

Opa, Bastiaan Maan, jaren ’50

Pas twee dagen later, nu dus, valt het kwartje. Het is de houding dat NSB’ers dan wel ‘echt mensen’ waren, maar van een andere soort. Fascinerend zijn ze. Goed dat we ze nu eindelijk zo laagdrempelig kunnen bestuderen. Het is die veilige afstand, die vanzelfsprekend wordt gevonden. Het gevoel is er niet bij. Kan er niet bij. Wil er niet bij.

Als ik me tijdens die bijeenkomst kwetsbaar voel omdat de mogelijkheid bestaat dat een familielid van mij ergens op die beelden staat, dan voel ik mij in die kwetsbaarheid alleen. Waarom eigenlijk? Want dit gaat toch om ‘onze’ geschiedenis?

Daarom wil ik je even meenemen, in wat die kwetsbaarheid betekent. We zullen het samen doen: de angst loslaten voor het grote gevaar dat op ons loert bij het kijken van de films. Die angst die maakt dat we ons niet echt willen laten raken. Laten we met een open geest de mensen zien. Ons inleven in hoe het was. Snappen wat er gezegd wordt. Niet alleen woordelijk en intellectueel.

Kom, we gaan kijken.

Film na film. Het kost best wat tijd. Als we twintig films gehad hebben, zijn we bijna murw geslagen door al die beelden en het houzee-gejuich. We zien WA’ers die voortuintjes opschonen in een verpauperde straat in Den Haag. We horen dezelfde WA’ers strijdliederen zingen. We zien lachende jonge mensen toekijken als NSB’ers voorbij marcheren. Jongeren van de Jeugdstorm die helpen bij de oogst. Een Scheveningse vrouw in klederdracht tijdens een openluchtvergadering. Al die mensen kijken ons aan, vanuit het verleden.

En dan gebeurt het: we schrikken en blijven als versteend zitten. In die stoet aan NSB’ers herkennen we een gezicht. De tijd tussen toen en nu valt weg. Het lukt ons het beeld stil te zetten en dan zien we het.

Dit is niet het gezicht van een loser, een dader, een landverrader. Ineens zien we de NSB’er niet meer.

We zien onszelf.

 

Wil je mail bij een nieuw blog?


Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.


Gepubliceerd in Algemeen

Er is één reactie

  1. Willem Huberts Willem Huberts

    Je schreef: ‘Ik hoor iemand zeggen: “Ik vond het onthullend om te zien. Hoe ze daar tijdens een NSB-bijeenkomst in het gras zaten en een boterhammetje aten. Hoe ze lachten en kletsten. Kortom, om te zien dat het gewone, normale mensen waren. Dat is goed, want dit hoort ook bij de Nederlandse geschiedenis en onze identiteit.” Maar diezelfde persoon zegt even later: “We moeten niet vergeten dat dit beelden zijn van en door daders.”’

    Werkelijk verbazend, dat 73 jaar na 1945 en 35 jaar nadat professor Blom in zijn inaugurele rede had uitgelegd dat het contraproductief is om de Tweede Wereldoorlog te bekijken in het licht van de dichotomie ‘goed’ versus ‘fout’, er kennelijk nog altijd mensen zijn die verbaasd zijn dat NSB’ers gewone, normale mensen waren, daarna verbaasd over hun eigen verbazing zijn en tot slot gauw nog opmerken dat alle NSB’ers ‘daders’ zijn.

    Hoe lang zou het geduurd hebben voordat de tegenstelling Hoeken – Kabeljauwen niet meer in de termen ‘goed’ versus ‘fout’ werd beschouwd? En hoe lang in de tegenstelling Patriotten – Prinsgezinden? En hoe lang in de tegenstelling katholieken – protestanten? Het wordt tijd dat de NSB als historisch fenomeen wordt bezien en bestudeerd, niet langer wordt beschouwd als een eigentijds verschijnsel waarop eigentijdse normen mogen worden geprojecteerd en dat op basis van die eigentijdse normen mag worden veroordeeld. Vanzelfsprekend mag een leek zeggen en denken wat hij wil. Van wetenschappers daarentegen verwacht ik het vermogen om te kunnen reflecteren op de relatie tussen verleden en heden en het vermogen om op basis daarvan te kunnen oordelen zonder de eigen, persoonlijke moreel-ethische normen en waarden daarbij te betrekken.

Leuk als je reageert

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Wil je mail bij een nieuw blog?


Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.


Volg je me?