Doorgaan naar inhoud →

De paradox van satire

Het was een les over de vrijheid van meningsuiting, zo lezen we overal. In die les werden spotprenten uit het Franse blad Charlie Hebdo getoond. Maar een les waarin spotprenten centraal staan, is eigenlijk (ook) een les over satire. Satire is een aparte categorie binnen het onderwerp de vrijheid van meningsuiting. Hoe geef je daar les over? Ik weet natuurlijk niet hoe Samuel Paty dit precies heeft aangepakt, en dit is ook zeker niet bedoeld om hem te bekritiseren. Maar ik kan wel uitleggen hoe ik dat zelf doe en wat tips geven. 

Wat is satire?

Het begint met duidelijk maken wat met het begrip satire wordt bedoeld. Ook al is satire vaak grappig, het is niet alleen maar gewoon ‘humor’. De relatie tussen deze manier van spot en de vrijheid van meningsuiting zal duidelijk moeten worden voor leerlingen. 

Daarom een omschrijving: 

“Satire is de spot drijven met personen, normen en waarden of tradities. Zo wordt op humoristische wijze maatschappijkritiek geleverd. De grappen van satiremakers hebben vaak een doelwit: veelal bekende of belangrijke mensen of machtige instituten waarmee ze het niet eens zijn.” (bron)

Satire is een manier voor machtelozen om de macht te bekritiseren en uit te dagen. Niemand is hierbij heilig. Het is juist zo dat hoe onaantastbaar iemand/iets lijkt, hoe aantrekkelijker en vatbaarder diegene/datgene wordt voor satire. In een democratie heeft iedereen recht op een mening, ook of misschien wel juíst over de mensen die boven hen staan en die boven kritiek verheven schijnen. Of dit nu een bestuurder is, een religieus leider of een koning. Of een leraar, zeg ik er ook altijd bij. 

Peter van Straaten

Je kunt het zien als een waarschuwing: door satire blijven de mensen in een machtspositie zich ervan bewust dat ze die positie hebben bij de gratie van het volk. Bij het bekijken van spotprenten die bedoeld zijn als satire, zal die vraag daarom centraal moeten staan: welk machtig persoon of instituut wordt bespot? En met welke reden? Kennis over de maatschappij, over landen, over instituties en hoe macht daarbinnen verdeeld is, is dus essentieel.

Het kookpunt

In geschiedenislessen leren leerlingen vaak al spotprenten te analyseren. Een voorbeeld zijn spotprenten uit het Britse blad Punch. We zien er hier eentje uit 1912, met als titel ‘The boiling point’. Deze spotprent gebruik ik om met de leerlingen te bespreken welke spanningen er waren op de Balkan aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog en wat het aandeel van de diverse landen was in die spanningen. 

Meer politiek gekleurd zijn de spotprenten van Albert Hahn, een Nederlandse socialistische tekenaar die publiceerde in het blad De Notenkraker. Hieronder zien we een prent uit 1916, met als titel ‘Het grootbedrijf van de dood’. Leerlingen leren aan de hand van deze prenten te herkennen wat de socialistische visie was op de oorlog. Op histoforum staat hier een mooie opdracht over. 

Wat verder terug in de geschiedenis kennen we spotprenten uit de tijd van de Reformatie, toen kritiek op de katholieke kerk aanzwelde. De paus als duivel: een bekend beeld dat in veel geschiedenismethodes staat. Paus en duivel praten met dezelfde mond.

 

Monty Python

Belangrijk om rekening mee te houden bij een les over (actuele) satire is dat jonge kinderen deze vorm van spot niet altijd goed begrijpen. De relativering die hoort bij satire is ze vaak (nog) vreemd. Dit kan vooral zo zijn als het om geloof gaat. Zelf zag ik als veertienjarige scholier op school de film ‘The Holy Grail’ van Monty Python. Terwijl mijn klasgenoten daar luchtig en lacherig naar keken, voelde ik mij heel ongemakkelijk. Ik was gelovig opgevoed, vrij ouderwets ook. Deze humor kende ik niet. Ik vond het zelfs een beetje eng, omdat ik het niet begreep. Als je hebt geleerd heilig ontzag te hebben voor God, Hem zelfs te vrezen, dan is een beeld zoals hieronder te zien is niet grappig, maar eerder angstaanjagend en vervreemdend.

Een beeld uit de film The Holy Grail

Als leraar kun je dus niet zomaar een spotprent tonen en verwachten dat leerlingen direct de humor snappen. Ook zullen er verschillen zijn in de klas tussen leerlingen die wel bekend zijn met satire en leerlingen voor wie dit nieuw is. Een opbouw in het tonen van spotprenten is van belang. Begin makkelijk, bijvoorbeeld met een karikatuur van een bekend politicus. Bij moeilijkere onderwerpen die leerlingen ook persoonlijk aanspreken, zoals geloof, is een inleiding nodig. Waarom is religie een veelvoorkomend onderwerp van spot? Een leerling moet zich eerst bewust worden van religie als instituut, voordat hij kan begrijpen waar satire z’n pijlen op richt. 

Paradox?

En dan komen we aan bij wat ik noem: de paradox van satire in de klas. Ik heb in een les maatschappijleer (dat vak heb ik ook een tijdje gegeven) een aantal jaren geleden spotprenten getoond van Gregorius Nekschot. Deze spotprenten zijn vergelijkbaar met de spotprenten die we kennen van Charlie Hebdo: de islam en vooral ook de profeet Mohammed worden op een nogal grove wijze belachelijk gemaakt. Nekschot is hiervoor zelfs eens gearresteerd.

Spotprent Gregorius Nekschot, 2019

De reacties van de leerling waren overwegend: ‘moet dit nu?’ De meeste leerlingen waren het erover eens dat deze spotprenten vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Maar veel leerlingen begrepen niet goed waarom de grofheid nodig was om het punt te maken. Onnodig kwetsend, was het oordeel. 

Ik voelde daarbij zeker ook ongemak van leerlingen richting klasgenoten van wie zij vermoeden dat dit een gevoelig onderwerp was. Het ging over het geloof van medeleerlingen. Eigenlijk is dergelijk plaatsvervangend ongemak een gezonde uiting van groepsgevoel en saamhorigheid binnen de klas. En het logische gevolg van de opvoeding die wij (ouders, school) de kinderen over het algemeen geven: ga met respect om met elkaar, accepteer verschillen en laat een ander in zijn of haar waarde. 

Leraren spreken meestal met hun leerlingen bepaalde gedragsregels af, om te zorgen voor een veilig leef- en leerklimaat in het klaslokaal. Het is immers belangrijk dat alle leerlingen hun mening durven uiten, en dus niet alleen degenen die de grootste mond hebben. Een debat voer je door eerst naar elkaar te luisteren, je te verdiepen in de ander en pas dan je eigen mening te geven.

Tolerantie

Maar in de les over satire in onze hedendaagse samenleving kunnen op het scherm plots afbeeldingen verschijnen die in de beleving van de leerlingen allesbehalve respectvol zijn, maar juist shockerend en provocerend. Daar komt nog bij dat de leerlingen die zich hierdoor aangesproken kunnen voelen in hun geloof, vaak toch al het gevoel hebben dat zij onbegrepen worden, en dat de samenleving extra kritisch naar ze kijkt. 

Dan is het van belang dit bespreekbaar te maken. Wie zouden zich door de spotprent aangesproken moeten voelen, en waarom? Wat voel je als je dit ziet? En dan terugkeren naar de eerder besproken functie van satire: het gaat om het instituut, en bijvoorbeeld om de invloed van extremisme, niet om de individuele gelovige.

Aangezien de les over de vrijheid van meningsuiting om burgerschapsvorming draait, is er nog een begrip dat hier ter sprake gebracht moet worden. Het kwartje kan namelijk pas vallen als je stilstaat bij een belangrijk maar vaak vergeten of verkeerd begrepen woord: tolerantie. Een democratische samenleving vraagt om een houding van tolerantie en dit is weer net iets anders dan respect. Tolerantie komt van het Latijnse woord ‘tolerare’. Dit betekent: verdragen. Ware tolerantie is: kunnen verdragen dat een ander er een mening en een gevoel voor humor op nahoudt die jij verwerpelijk of respectloos vindt. De vrijheid van meningsuiting kan niet bestaan zonder een goed besef van wat deze houding van tolerantie betekent. 

Wil je mail bij een nieuw blog?

Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.

Gepubliceerd in Onderwijs

Reacties

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.