Doorgaan naar inhoud →

21. De zoon

2003. Ik zat alleen aan een tafel, in hard tl-licht. Dozen met oude papieren voor me. En foto’s. De archiefmedewerker had het me met lichte opwinding in zijn stem al verteld. Omdat ik een aanvraag tot inzage had gedaan in het dossier van mijn opa hadden archiefmedewerkers de dossiers al ingezien. Vol verbazing troffen zij vele kleine zwartwit foto’s aan met bijschriften erop gekrabbeld aan de achterkant. Meestal met maand en jaartal erbij. 

“More than oral or written narratives, photographic images that survive massive devastation and outlive their subjects and owners function as ghostly revenants from an irretrievably lost past world.” 

(Marianne Hirsch ‘The Generation of postmemory’)

Het was uniek. Foto’s van Nederlandse SS’ers aan het front in Rusland. Ik hoorde het verwonderd aan. “Was uw opa iemand die hield van fotografie en fotograferen?” Nee. Daar had ik nooit iets van gemerkt. De foto’s waren in beslag genomen bij zijn arrestatie. Ze dienden als bewijs. Niet dat het echt nodig was. Want over zijn tijd in Rusland was genoeg ander bewijsmateriaal. Bovendien verklaarde mijn opa hier eerlijk over. Ook na de oorlog was dat eigenlijk het enige dat in de familie echt duidelijk was over de oorlogsjaren. Opa had gevochten in Rusland. Hij was daardoor veroordeeld als landverrader, maar in de decennia na de oorlog was een bepaalde trots over die strijd tegen de communisten nog steeds voelbaar. Nooit heel openlijk. Maar toch aanwezig.

Alleen aan die lange tafel in het archief kreeg ik een boel te verstouwen. Ik had een notitieblokje meegenomen, maar wist niet wat ik dan moest opschrijven. Het was zoveel. Wat wilde ik nu echt onthouden voor later, wat niet?  Ik weet nog het lichte gevoel van duizeling. Ongeloof ook. Dus dit was wat ik al die tijd niet precies had geweten? Hoe was zoiets mogelijk? Maar ik weet vooral nog dat ik die foto zag. Die foto die anders was dan de andere foto’s in het dossier. De meeste foto’s waren genomen ergens aan het front, of op weg naar het front, samen met andere soldaten, vaak vrolijk, jongens onder elkaar, jong en sterk.

Op deze foto zag ik opa in een SS-uniform, naast mijn oma, mijn vader en mijn oom, waarschijnlijk in de tuin van wat later ook mijn huis zou worden of in de tuin van een familielid. Allemaal vrolijk lachend. ‘Met verlof thuis’ stond er achterop het familiekiekje. 

Mijn vader die op de foto ongeveer 8 jaar was, had ik al vaker op kinderfoto’s gezien. Ik herkende hem meteen. Maar ik had hem nooit naast iemand gezien in een SS-uniform. Ik had nooit die waarheid over mijn opa gezien in zo’n alledaags tafereel in combinatie met mijn lieve vader. Een luchtig moment, op dat uniform na. En ineens realiseerde ik me wat ik dus toch nooit écht goed begrepen had. Dat dit voor mijn vader de realiteit was. Dat dit voor hem normaal was als kind.

“Unlike public images or images of atrocity, however, family photos, and the familial aspects of postmemory, would tend to diminish distance, bridge separation, and facilitate identification and affiliation. When we look at photographic images from a lost past world, we look not only for information or confirmation, but also for an intimate material and affective connection.”

(Marianne Hirsch ‘The Generation of postmemory’ )

Over hoe dat was geweest, sprak mijn vader niet. Wat ik over mijn opa en de oorlog hoorde, werd mij verteld door mijn moeder. Toen ik een jaar of twaalf was, begon ik zelf voorzichtig vragen te stellen aan mijn vader. Ik weet dat het begin mei was, rond de herdenking en bevrijdingsdag. Een mooie warme dag. Mijn vader en ik waren in de schuur. Hoe we er precies op kwamen en wat ik hem vroeg, ben ik vergeten. Maar hij begon wat te vertellen. Een paar herinneringen. 

Bijvoorbeeld over hoe hij na de oorlog samen met mijn oma werd opgepakt en hoe ze in een kamp kwamen. De vrouwen werden van de kinderen gescheiden. Oma ging daar niet mee akkoord. Ze maakte een scene. Ik kon mij daar wel iets bij voorstellen. Mijn oma vechtend als een leeuwin voor haar kinderen: ja zo was zij wel. Mijn vader leed aan vrij ernstige epilepsie. Oma vond dat ze om die reden bij hem moest blijven. Wat als hij een aanval kreeg? Er werd een geweer op haar gericht. Het gebeurde voor de ogen van mijn vader. Zo werden zij toch uit elkaar gehaald. Een paar dagen later kreeg mijn vader inderdaad een epilepsie aanval. Mijn oma mocht nog steeds niet naar hem toe.

“Begrijp jij dat nou? Waarom ze dat deden? Dat was toch niet nodig?”

Ik had daar ook geen antwoord op. Ik was maar een klein beetje ouder dan hij toen.

De foto die ik in het archief voor het eerst onder ogen kreeg, ging niet over mijn foute opa. Ik zie nu dat de foto gaat over dat jongetje, dat daar zo vrolijk lachend bij stond. Een jongetje dat argeloos mee zou worden gesleurd in een maalstroom van keuzes en acties waar hij zelf geen enkele invloed op zou hebben. Het zou een wrange, pijnlijke geschiedenis worden. Hij zou alleen achterblijven met vragen die niemand kon beantwoorden: over het waarom, waarvoor. Vragen die altijd in de lucht zouden blijven hangen. Vragen die hij niet met zijn vader kon bespreken, ook al werkten zij jaren zij aan zij in het familiebedrijf op de Molenweg in Monster.

Vragen waar eigenlijk niemand op zat te wachten.

In 2003 deed ik het meest voor de hand liggende. Ik stopte na een uurtje alle stukken en foto’s terug in de archiefdozen. Ik deed ook het deksel dicht op de onbeantwoordbare vragen en liep het gebouw uit. 

En terwijl ik weer verder ging met mijn leven, werd een historicus ingelicht door het Nationaal Archief over het dossier van mijn opa. In een herdruk van zijn boek over Nederlanders in dienst van de Waffen-SS werd, behalve veel foto’s van mijn opa aan het front, ook de familiefoto met daarop het hele gezin geplaatst. Ik wist van niets. Mijn vader ook niet.

Ons verleden voelde niet van ons, maar onze geschiedenis was blijkbaar al van anderen. 

Wil je mail bij een nieuw blog?

Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.

Gepubliceerd in Mijn familiegeschiedenis

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *