;

Onze daders

Zo’n 33 propagandafilms van de NSB zijn online beschikbaar gesteld voor onderzoek. Ik ging naar het Instituut voor Beeld en Geluid voor een bijeenkomst. Experts gaven toelichting op de keuze om deze films vrij te geven. Een panel ging in discussie over de vraag wat de historische waarde is van dit materiaal.

We kregen fragmenten te zien uit de films. Ze werden steeds uitgebreid toegelicht, met verwijzingen naar de geschiedenis van de NSB. Het was leerzaam en interessant. Tijdens het kijken naar de fragmenten werd regelmatig gegniffeld. Vanwege het amateurisme, de bespottelijk hoogdravende woorden. Of de opzichtige manier waarop Anton Mussert Hitler imiteert: handen in de zij, vorsende blik.

Ik begreep het gegniffel, soms deed ik mee. Ironie, die zoveel jaar na de oorlog moet kunnen. Een gevoel van opluchting misschien ook. Dit beladen en zware verleden konden we tenminste een beetje weglachen met elkaar. In de oorlog keken bioscoopgangers verplicht naar deze propaganda. Bij het zien van Mussert werd eens geroepen: “Ik dacht dat ze de eieren ook op de bon hadden gedaan!” Besmuikt en instemmend gelach klonk toen ook op uit de zaal.

Humor is een manier om afstand te houden. Soms is dat broodnodig, om te overleven, jezelf staande te houden. Soms is het een obstakel bij het verkrijgen van inzichten.

Na de filmfragmenten volgde de paneldiscussie. Ik hoorde iemand zeggen: “Ik vond het onthullend om te zien. Hoe ze daar tijdens een NSB-bijeenkomst in het gras zaten en een boterhammetje aten. Hoe ze lachten en kletsten. Kortom, om te zien dat het gewone, normale mensen waren. Dat is goed, want dit hoort ook bij de Nederlandse geschiedenis en onze identiteit.”

Maar diezelfde persoon zei even later: “We moeten niet vergeten dat dit beelden zijn van en door daders.“

Iemand anders zei: “Het is goed dat we de NSB’ers als mensen zien, maar we moeten niet teveel relativeren.”

NSB’ers in Lunteren, juni 1940

Iedereen was het erover eens, dat het kijken naar deze beelden context vereist. Want de beelden geven niet de werkelijkheid weer. Het is een geconstrueerde werkelijkheid, gemaakt voor propaganda doeleinden.

Het probleem is dat wijzelf ook vastzitten in een geconstrueerde werkelijkheid. Eén die van ons vraagt afstand te nemen en te behouden. Omdat het anders gevaarlijk is. Wie weet gaan we geloven in wat de NSB ons voorhoudt. Het inzicht dat NSB’ers gewone mensen waren, is slechts oppervlakkig. Het gaat niet verder dan een wat verwonderde constatering. Onder het oppervlak zit stevig verankerd het hardnekkige beeld van losers en landverraders. We houden dat graag in stand.

Ik kon het tijdens de bijeenkomst voor mezelf niet goed onder woorden krijgen. Waar het schuurde. Ik stak mijn vinger op, maar toen er geen tijd meer was voor mijn bijdrage vond ik dat eigenlijk niet erg.

Op weg naar huis dacht ik aan mijn opa. Ik vroeg me af wat hij hiervan had gevonden, van deze bijeenkomst.  Ik zag voor me hoe hij op de voor hem bekende manier meewarig zijn hoofd zou schudden, een minzaam glimlachje om de lippen. En dat hij dan verder zou zwijgen, zoals hij meestal deed. Hij wist heel goed dat hij beter niets kon zeggen. Zijn recht van spreken verloor hij aan het einde van de oorlog.

Opa, Bastiaan Maan, jaren ’50

Pas later viel het kwartje. Het was de houding dat NSB’ers dan wel ‘echt mensen’ waren, maar van een andere soort. Fascinerend zijn ze. Goed dat we ze eindelijk zo laagdrempelig kunnen bestuderen. Het was die veilige afstand, die vanzelfsprekend werd gevonden.

Toen ik me tijdens die bijeenkomst kwetsbaar voelde omdat de mogelijkheid bestond dat een familielid van mij ergens op die beelden voorbij zou komen, ongemerkt wellicht, toen was ik in die kwetsbaarheid alleen.

Waarom eigenlijk? Er werd toch benadrukt dat dit om onze geschiedenis ging?

Onze geschiedenis lijkt altijd alleen maar van ons te zijn als we onszelf erin herkennen, als het ons iets voorspiegelt waar we ons aan op kunnen trekken. Als het heldendaden biedt om te bewonderen. En anders zijn we er als de kippen bij om het afstandelijke woord ‘daders’ te gebruiken.

Maar: stel dat je al die NSB-films ging bekijken, achter elkaar, door míj́n ogen.

Na twintig films ben je murw door al die beelden en het houzee-gejuich. Je ziet WA’ers die voortuintjes opschonen in een verpauperde straat in Den Haag. Je hoort dezelfde WA’ers strijdliederen zingen. Je ziet lachende jonge mensen toekijken als NSB’ers voorbij marcheren. Jongeren van de Jeugdstorm die helpen bij de oogst. Een Scheveningse vrouw in klederdracht tijdens een openluchtvergadering. Al die mensen kijken je aan, niet langer vanuit het verleden, maar steeds meer alsof ze in het hier en nu naast je staan.

Wat je ziet, zijn niet de gezichten van losers, daders, landverraders. Nee, je ziet je buurman, je collega. Je oom. Je oma. Je opa.

En ergens helemaal aan het einde een glimp van jezelf.

.

close

Wil je mail bij een nieuw verhaal?

Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.

Eén reactie

  1. Je schreef: ‘Ik hoor iemand zeggen: “Ik vond het onthullend om te zien. Hoe ze daar tijdens een NSB-bijeenkomst in het gras zaten en een boterhammetje aten. Hoe ze lachten en kletsten. Kortom, om te zien dat het gewone, normale mensen waren. Dat is goed, want dit hoort ook bij de Nederlandse geschiedenis en onze identiteit.” Maar diezelfde persoon zegt even later: “We moeten niet vergeten dat dit beelden zijn van en door daders.”’

    Werkelijk verbazend, dat 73 jaar na 1945 en 35 jaar nadat professor Blom in zijn inaugurele rede had uitgelegd dat het contraproductief is om de Tweede Wereldoorlog te bekijken in het licht van de dichotomie ‘goed’ versus ‘fout’, er kennelijk nog altijd mensen zijn die verbaasd zijn dat NSB’ers gewone, normale mensen waren, daarna verbaasd over hun eigen verbazing zijn en tot slot gauw nog opmerken dat alle NSB’ers ‘daders’ zijn.

    Hoe lang zou het geduurd hebben voordat de tegenstelling Hoeken – Kabeljauwen niet meer in de termen ‘goed’ versus ‘fout’ werd beschouwd? En hoe lang in de tegenstelling Patriotten – Prinsgezinden? En hoe lang in de tegenstelling katholieken – protestanten? Het wordt tijd dat de NSB als historisch fenomeen wordt bezien en bestudeerd, niet langer wordt beschouwd als een eigentijds verschijnsel waarop eigentijdse normen mogen worden geprojecteerd en dat op basis van die eigentijdse normen mag worden veroordeeld. Vanzelfsprekend mag een leek zeggen en denken wat hij wil. Van wetenschappers daarentegen verwacht ik het vermogen om te kunnen reflecteren op de relatie tussen verleden en heden en het vermogen om op basis daarvan te kunnen oordelen zonder de eigen, persoonlijke moreel-ethische normen en waarden daarbij te betrekken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wil je mail bij een nieuw verhaal?

Vul dan je e-mailadres en naam in. Je kunt altijd weer uitschrijven.